Bijdrage tot eene genealogie van het geslacht "Cordelois" te Rotterdam. De NL 1910 p.144-147
tr. 2 November 1689 Catharina Baelde jonge dochter wonende op de Botersloot, geref. ged. 7 Februari 1666 te Rotterdam begr. 30 Mei 1718 in het familiegraf in de Waalsche Kerk No.87, (dr. van Michiel en Catharina Crooswijck).
Kinderen:
tr. 1e 28 Juli 1720 te Rotterdam Clara Margaretha Barons, jonge dochter wonende aan het Haringvliet, geb. 9 Januari 1700, geref. ged. 10 Januari 1700, gest. 14 April 1729, begr. 19 April d.a.v. in het familiegraf in de Waalsche Kerk No.87, (dr. van George, koopman, commissaris van het Zeegerecht 1715, 1716, 1720, 1721, oprichter der "Maatschappij van Assurantie, Disconteering en Beleening der Stad Rotterdam" en directeur dezer maatschappij 20 Juni 1720-20 Febr. 1726, ouderling Engelsche kerk 1720-1722 en Clara van der Walle)
tr. 2e 10 April 1740 Johanna Engels, geb. 9 Maart. l694, gest. 28 October 1759, begr. 3 November 1759 (denzelfden dag als haar echtgenoot) in de Waalsche Kerk No.35 te Rotterdam.
Uit dit huwelijk geen kinderen.
Kinderen uit het 1e huwelijk:
tr. 1e Mei 1751 te Leiden Anna Catharina van Velthuijzen, geb. te Leiden in 1720, † te Gouda 31 October 1796 aan verval van krachten, begr. 4 November 1796 ‘s avonds in de Waalsche Kerk No.87. (dr. van Samuel, Vrijheer van Wiltenburg en Anna Maria Reijnders).
Kinderen:
Nadere aanvullingen op deze genealogie benevens levensbijzonderheden betreffende hare leden zijn mij ten zeerste welkom.
Rotterdam. W.C. MEES AWzn.
1) Jean Cordelois was afkomstig uit Hainaut (Henegouwen) en werd in Januari 1652 met zijne echtgenoote Jeanne Dupree lid van de Waalsche kerk te ‘s Gravenhage na de Roomsch Katholieke Godsdienst afgezworen te hebben.
2) Franco Cordelois was van 1710-1720 geassocieerd met zijnen neef
den makelaar Jan de Vrijer onder de firma "Cordelois en de Vrijer". In
1720 werd in deze associatie opgenomen de makelaar Gregorius Mees,
zoon van Rudolf Mees en Maria Baelde, wiens moeder eene zuster
was der echtgenoote van Cordelois. Deze was 1 Januari 1712 op
vijftienjarigen leeftijd op het kantoor van zijnen oom Cordelois gekomen.
De firma was vervolgens van 1721-1733 "Cordelois, de Vrijer en
Mees", van 1733-1736 "de Vrijer en Mees", vervolgens "Gregorius
Mees" en werd ten slotte na nog eenige kleine naamswijzigingen naar
Rudolf Mees den zoon van Gregorius Mees, "R. Mees & Zoonen"
genaamd, onder welken naam zij thans nog bestaat. Het kantoor
was tijdens de eerste jaren gevestigd aan de Geldersche kade.
Jan de Vrijer betaalde gedurende de jaren 1727-1729 jaarlijks aan
Franco Cordelois f 200.- kostgeld.
Toen de Heeren George Roeters en Edmond Hoyle, die in 1720
uit Londen overgekomen waren om te Rotterdam eene compagnie
van assurantie te stichten, aan de Vroedschap verzocht hadden hen
"een publiek Minister en eenige voorname koopluiden" toe te voegen,
om tot de oprichting dier maatschappij mede te werken, behoorde
Franco Cordelois tot de vijf voorname kooplieden, die met den
Secretaris der stad Mr. Herman van Zuylen van Nyevelt, hen als
gecommitteerden toegevoegd werden.
Bij de oprichting werden elf directeuren door geinteresseerden benoemd
waarvan hij meer stemmen verkreeg dan eenige andere benoemde
directeur. Uit de resolutieboeken der thans nog bestaande "Maatscbappij
van Assurantie, Disconteeriug en Beleening der stad
Rotterdam" blijkt dat hij gedurende den moeilijken tijd, dien deze
in de aanvang doormaakte, als de ziel der maatschappij was te beschouwen.
Wanneer hij 5 Augustus 1722 als directeur aftreedt heeft
de maatschappij hare grootste moeilijkheden achter den rug.
In een der na te noemen schotschriften wordt medegedeeld, dat
hij als directeur "werd afgezet en kreeg den schop". Dit is echter
onjuist, daar uit de reeds genoemde Resolutieboeken blijkt, dat hij
aftrad, daar zijn volgens de statuten bepaalde tijd verstreken was.
Het gebeurde dan ook niet zonder veel bedankjes der nog aanblijvende
directeuren. Cordelois schijnt levendig deel genomen te
hebben aan den windhandel vau het beruchte Actie-jaar (1720). In het
4de vervolg van de "Latynsche en Nederduitsche Keurdichten" uitgegeven
bij Pieter van der Goes, boekverkooper te Utrecht, 1729,
zijn verschillende schimpdichten, tegen hem gericht, te vinden als:
"Schetse van den Ouden Franko Goddeloos" bl. 130, "Toegift" bl.
134, en "Troost voor den Gesteurden Frank" bl. 138.
Franco Cordelois en zijne nakomelingen waren zeer vermogend,
zooals o.m. blijkt uit de vele onroerende goederen, die zij te Rotterdam
bezeten hebben. Door den eerstgenoemde werd o.m. 5 Mei 1698 een
huis aan de Geldersche kadie prot. No.4020 voor f 14000,- gekocht.
De nevenliggende perceelen prot. Nrs. 4017, 4018 en 4019, zijnde de
gewezen brouwerij "de Zwarte Leeuw" kocht, hij 24 April 1702 voor
f 23287,-- Hij verkreeg 8 September 1710 vergunning tot het vergrooten
van zijn tuinhuis gelegen aan de buitenzijde van den Cool-
singel bij de Kruiskade. Hij maakte 21 Oct. 1734 zijn testament voor
Schepenen van Outshoorn en de Knephorst.
1) Jan Cordelois Jr. verkreeg bij testament een huis aan het
Haringvliet Prot. No.3983, dat George Barons 23 Nov. 1714 gekocht
had. In 1701 bewoonde hij dit huis tezamen met zijnen vader.
In het Gemeentearchief te Rotterdam berust een lijkdicht: "De
Klagende Dichtkunst ter uitvaerte van.. enz." vervaardigd door
J. V. Waning Jr. uit naam van het Genootschap: "Studium Scientiarum
Genetrix". ter gedachtenis van Mr. Jan Cordelois, vrijheer
van Wiltenburg.
De Hofstad Wiltenburg (niet te verwarren met het vroegere kasteel
van denzelfden naam in de nabijheid van Utrecht) was gelegen bij
Oucoop en Sluipwijk op de grenzen van Holland en Utrecht; maar
behoorde tot geen van deze beide provinciën. Zij had een eigen
rechtspleging en hooge jurisdictie, terwijl de gevangenis zich in het
heerenhnis bevond. Zij had volkomen vrijdom van alle lasten en
imposten, beschreven en onbeschreven middelen. Haar wapen was
een zilveren lelie op een rood veld met de spreuk: "Quam parva
cedo nulli". -- Het boven omschreven wapen weed door Mr. Jan
Cordelois Junior met verandering der kleuren als hartschild in zijn
wapen gevoerd.
Genoemde Cordelois verkreeg de heerlijkheid door zijn huw. met
Anna Catharina van Velthuyzen, wier vader deze in 1736 gekocht had.
Aan Cordelois en zijne opvolgers werd door de toenmalige Vrouwe
van Sluipwijk een vrije zitplaats in de bank van de Heeren van
Sluipwijk 1n do Kerk ald., geaccordeerd. . - Mr. A. F. Fremaux
verkocht als executeur-test. van A. C. van Velthuyzen, wed. van
Jan Cordelois Jr. in 1797 de hofstad met landerijen en vrije plaats
in de Kerk te Sluipwijk aan Cs en Ewout Rijkaart. Later werd het
heerenhuis afgebroken", terwijl slechts een ijzeren hek met wapens
en eene boerenwoning daar ter plaatse is blijven staan. Meerdere
bijzonderheden betreffende deze heerlijkheid zijn te vinden in:
Griffioen van Waarder, "Mijne Herrinneringen van Gouda" uitgegeven
bij de Erven J. Thierry cn C. Mensing & Zoon te ‘s Gravenhage, 1821.
Updated: 29 januari 2011