Parenteel van Noort (vanaf 1530)

Hofstede de Noort

De kronkelige dijk voor de aloude hofstede De Noort stroomopwaarts van het Beusichemse veer.

uit: De Lekdijk van Amerongen naar Vreeswijk: negen eeuwen bescherming van Utrecht en Holland.
Ad van Bemmel - 2009

zie: Lauts, Het Utrechtse Geslacht van Noort. In: tijdschrift: Utrechtsche volks-almanak, 1852, p. 100.


  1. VAN NOORT Jan Cornelisz. [Kw.15046]
    * , bierbrouwer.

    x NN [Kw.15047]
    *

    uit dit huwelijk:

    1. VAN NOORT Leonora [Kw.7523] (Catalijntje, Lyntgen)
      * ; verhuist rond 1650 naar Amsterdam; als weduwe keerde ze naar Utrecht terug.
      inv.nr.U060a014 akte 52 27-06-1677 & inv.nr.U060a013 akte codicil: toewyzing prelegaat aan haar zoon Dirck van Bronckhorst, advocaat door Leonora van Noort, wed. Johannes van Bronckhorst in leven konstschilder te Utrecht, Domskerckhoff
      inv.nr.U047a003 akte 211 16-06-1663 Afstand - van het verbod dat zy Gerard Zoudenbalch had laten opleggen door het hof van Utrecht om zyn goederen te Zuilen te mogen vervreemden, vanwege 2 kapitalen van samen f 2.000,- ten behoeve van eerste party, welke kapitalen door debiteur inmiddels zyn afgelost door Leonora van Noort, wed. Johannes van Bronckhorst in leven konstschilder te Utrecht, Domskerckhoff
      inv.nr.U056a012 akte 35 30-07-1677 Procuratie - tot procederen, inzonderheid in de zaak die † Leonora van Noort had aangespannen voor hof van Utrecht tegen Abraham van Weesel, procureur-generaal hof van Utrecht. Constituant: Erfgenamen van Leonora van Noort, in leven wed. Johan van Bronckhorst: Dirck van Bronckhorst, zoon, advocaet hove van Utrecht; Nicolaes de Craen van Haeften x Geertruyt van Bronckhorst, dochter.
      inv.nr.U069a001 akte 149 08-05-1668 Kwitantie - voor goederen, by huwelykse voorwaarden beloofd; Eerste Partij: Gerrard van Bronkhorst x Margareta van Berck. Tweede Partij: Leonora van Noort, moeder, wed. Johan van Bronkhorst.
      inv.nr.U117a001 akte 55 20-12-1686 & akte 99 08-01-1688 Procuratie - om huis in de Minrebroederstraat te belasten met f 600,- ten behoeve van Hendrick Leendertsz van Charlois & tot vestiging van een plecht van f 1100,- op huis, zz Minrebroederstraat, ten behoeve van Martinus van Voorst. Constituant: Nicolaes de Craen van Haeften x Geertruydt van Bronckhorst.
      inv.nr.U047a005 akte 99 05-11-1667 Testament: testateur Margareta van Berck, eerder geh. met Jacob de Craen van Haeften, geh. met Gerard van Bronckhorst, Utrecht, Domskerckhoff aen de Domstrans, Erfgenaam: Leonora van Noort, schoonmoeder, wed. Johan van Bronckhorst. Met herroeping van bovenstaand codicil. Jacob de Craen van Haeften was in leven advocaat hof van Utrecht; erfstelling geldt niet indien testatrices 2 voorkinderen haar zullen overleven en op hun beurt kinderen zullen nalaten; echtgenoot is van erfenis uitgesloten

      begr. 23.07.1677
      x Utrecht 12.11.1626 VAN BRONCKHORST Johan Gerritsz. [Kw.7522], zn. van Gerrit Jacobsz. van Bronckhorst en Feijske Claesdr. van Doorn.
      * ca. 1603, kunstschilder te Utrecht; verhuist rond 1650 naar Amsterdam.
      † Amsterdam 11.1661; wrsch. begraven Amsterdam (Oude Kerk) 04-01-1662.
      Wikipedia: Jan Gerritsz. van Bronckhorst (ook: 'Bronchorst') (Utrecht, 1603 - Amsterdam, voor 22 december 1661) was een Nederlands kunst- en glasschilder en etser. Bronckhorst schilderde grootschalige historiestukken, schoorsteen- en zolderstukken, portretten, naakten[1] en allegorieën, aanvankelijk enigszins beďnvloed door het caravaggisme.
      Hij werd opgeleid als glasschilder door Jan Verburgh (1614), en vervolgens, van 1620-1622, in Atrecht en Parijs. Terug in Utrecht (1622) volgde hij lessen aan de Utrechtse tekenacademie van Gerard van Honthorst en bekwaamde zich in het graveren. In 1626 trouwde hij met Catalijntje van Noort, de dochter van een bierbrouwer. In 1628 was hij Brussel om de ramen van de Onze-Lieve-Vrouw-ter-Zavelkerk te restaureren. Hij maakte etsen van schilderijen van Van Poelenburgh, die hem er toe zette zelf te etsen. In 1637 kreeg hij van de stadhouder de opdracht het Beleg van Breda (1637) te etsen.
      Hij trad in 1639 toe tot het Sint-Lucasgilde. In 1646 woonde hij op het Domkerkhof. Meer en meer begonnen zijn werken een classicistische inslag te vertonen, wat hem tot een veelgevraagd schilder van officiële opdrachten maakte, zoals de ramen van de Nieuwe Kerk in Amsterdam in 1647 en 1658. Rond 1650 verhuisde hij naar Amsterdam, waar hij lid werd van de schutterij.[3] In 1652 werd hij poorter net als vele andere schilders. Hij beschilderde de luiken van het orgel van de Nieuwe Kerk en werkte mee aan de decoratie van het nieuwe stadhuis op de Dam.
      In 1661 werd hij ziek en zou aan het einde van dat jaar zijn begraven in de Westerkerk. Het is niet onmogelijk dat hij op 4 januari 1662 werd begraven in de Oude Kerk. [Gemeentearchief Amsterdam]
      Bronckhorst woonde op de Rozengracht en had twee zonen die in 1650 samen naar Italië trokken en allebei schilderden. Johannes (1627-1656) werd door zijn vader in 1655 onterfd. Gerard (ca 1636-1673) werd in 1670 lid van de Utrechtse vroedschap. De weduwe van Bronckhorst stierf in 1677.
      Volgens Arnold Houbraken is Bronckhorst leraar geweest van Caesar van Everdingen; dat lijkt onjuist, want Van Everdingen was al veel eerder lid geworden van het Utrechtse schildersgilde; wel is er sprake van beďnvloeding.
      Bronckhorst komt voor in Het Gulden Cabinet van de Edel Vry Schilderconst (1662), een werk van de Zuid Nederlandse rederijker Cornelis de Bie.

      bronnen:
      1. Giltaij, J. (1999) Jan Gerritsz van Bronckhorst in: A. Blankert (et al.), Hollands classicisme: in de zeventiende-eeuwse schilderkunst, p. 152. Uitg. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam, ISBN 90-5662-120-3
      2. Blankert, A. & L.J. Slatkes (1986), Nieuw licht op de Gouden Eeuw. Hendrick van Bruggen en tijdgenoten, p. 236. Centraal Museum - Herzog Anton Ulrich-Museum Braunschweig.
      3. Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek
      4. Gemeentearchief Amsterdam

      Jan Gerritsz. van Bronckhorst, kopergravure 1630-1640

      Prent (kopergravure) van P. de Bailliu uit ca. 1650 naar een zelfportret van Jan Bronckhorst uit ca. 1636, uitgegeven door J. Meyssens.

      Aan de achterzijde bedrukt met tekst, afkomstig uit een onbekende publicatie.

      Met een tweede exmplaar, aan de achterzijde onbedrukt, afkomstig uit: J. Meyssens, Images des divers hommes d' esprit (nr. 38838-1).

      vervaardiger:
      J. van Bronckhorst, tekenaar
      P. de Bailliu, graficus

      Slapende nimf
      toegeschreven aan van Bronckhorst

      Graaf Willem IV schenkt Amsterdam in 1342 het stadswapen.
      1650 Jan Gerritsz. van Bronckhorst.

      Graaf Willem IV schenkt Amsterdam in 1342 het stadswapen.
      1650, Jan Gerritsz. van Bronckhorst (1603–1661), 1977, Harry op de Laak (1925); gebrandschilderd glas
      Dit is het oudste gebrandschilderde raam van de Nieuwe Kerk. Het werd geschonken door de Stad Amsterdam, die na de brand van 1645 veel bijdroeg aan de herbouw van de kerk, en is één grote uiting van stedelijke trots. Dat blijkt niet alleen uit de voorstelling: een belangrijke gebeurtenis uit Amsterdams verleden – de schenking van het stadswapen – maar ook uit het toevoegen van de familiewapens van de toenmalige stadsbestuurders.
      Hooggezeten op een troon schenkt graaf Willem IV het stadswapen met drie Andreaskruisen aan een lid van het Amsterdamse stadsbestuur. Van Bronckhorst maakte een knappe compositie waarin de verheven positie van de graaf goed uitkomt. Het deel met de toeschouwers achter een balustrade en vogels in de lucht is niet van zijn hand. Het werd pas in 1977 uitgevoerd, naar ontwerp van Harry op de Laak.

      zie afb. van werken: 1. Gerard van Bronckhorst 1 work 2. Jan Gerritsz van Bronckhorst 6 works

      zie Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie (RKD) (43 werken)

      bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW):
      BRONCKHORST (Jan Gerritsz. van), schilder en etser, is omstreeks 1603 geb. en in 1661 te Utrecht gest. Reeds in 1614 kwam hij in de leer bij den glasschilder Jan van der Burch. Na ook nog bij twee andere glasschilders gewerkt te hebben, kwam hij in 1620 bij den glasschilder Pieter Matthysz. te Utrecht en 1˝ jaar later bij zekeren Chamu te Parijs, waarna hij weer naar Utrecht terugkeerde. 12 Nov. 1626 huwde hij daar Lyntgen van Noort. Voor de stad Utrecht leverde hij in dat jaar ontwerpen van stoelbekleedingen. In 1628 vertoefde hij te Brussel, waar hij voor 260 livres de door de Habsburgers in de kerk van Onze Lieve Vrouw ten Zavel geschonken vensters restaureerde. Hij was dus niettegenstaande zijn jeugdigen leeftijd toen reeds een autoriteit op het gebied der glasschilderkunst, en van 1630 tot 1637 heeft hij te Utrecht tal van bestellingen uitgevoerd.
      28 Aug. 1647 sloot hij een contract met de stad Amsterdam over het beschilderen van een groot venster in de Nieuwe Kerk met de voorstelling hoe graaf Willem IV aan de stad een wapen schonk. Een tweede contract van 15 Sept. 1648 betrof drie andere vensters in dezelfde kerk, waarop een verheerlijking van den vrede geschilderd zou worden. Deze vensters, waarvoor hem in 1651 de som van 12400 gulden werd uitbetaald, zijn niet meer aanwezig. Te Utrecht had hij in 1636 een huis in de Minderbroederstraat gekocht, en was hij in 1639 in het gild getreden. Inmiddel; was hij ook begonnen met etsen en later met schilderen. Gerard van Honthorst beval hem 29 Aug. 1637 bij Huygens aan als een uitstekend etser, waarna hij voor den prins inderdaad op voortreffelijke wijze op zes bladen het beleg van Breda etste. Zijn werkzaamheden te Amsterdam noopten hem, daarheen te verhuizen. Reeds in 1650 was hij er sergeant der schutterij en 29 Jan. 1652 kocht hij er het poorterrecht.
      Hij woonde op de Rozengracht bij de Westermarkt. In 1655 beschilderde hij de deuren van het groote orgel in de Nieuwe Kerk met de geschiedenis van Saul en David, en voor het Stadhuis schilderde hij verschillende zolderingen met allegorische tafereelen en in 1659 een schoorsteenstuk in de Raadzaal met Jethro, die Mozes den raad geeft zeventig oudsten aan te stellen. Dit laatste stuk had hij 27 April 1658 voor 1800 gulden aangenomen, welke som echter 14 Jan. 1660 met 1000 gulden verhoogd werd. Na zijn dood vertrok zijn weduwe weer naar Utrecht, waar ze 23 Sept. 1677 begraven is. Daar hij voornamelijk voor openbare gebouwen werkzaam is geweest, heeft hij maar weinig andere schilderijen gemaakt die dan ook in musea niet veel gevonden worden.
      In het museum te Brunswijk zijn twee stukken met guitaarspelers (1644) in de manier van Honthorst, in het museum te Utrecht een tafereel van Jupiter, die Mercurius last geeft Argus te dooden, en in het Rijksmuseum te Amsterdam twee voorstellingen van het spijzigen der armen (1657), welke laatste twee stukken trouwens afkomstig zijn uit het Oudezijds Huiszittenhuis. Zijn etsen zijn belangrijker dan zijn schilderijen. Het zijn voornamelijk composities van Corn. Poelenburg, en verder eenige uitstekende portretten, o.a. dat van Herman Saftleven. Hij was de vader van bovengenoemden Gerard van Br. In het Prentenkabinet te Amsterdam is zijn anoniem geteekend portret op tienjarigen leeftijd. Een later portret, door hem zelf geschilderd, is door P. Bailliu gegraveerd voor de in 1649 door Meyssens uitgegeven reeks schildersportretten.
      inv.nr.U021a009 akte 10 01-02-1641 Attestatie - beschryving van een door hem voor tweede party gekopiëerd schildery met wapen en grafschrift van Lubbert Bol, in leven domdeken te Utrecht. Attestant: Johan Gerritss Bronckhorst, schilder. Rekwirant: Anselmus Boll van Hamersfelt. Notaris en getuigen verklaren dat zy schildery en kopie gezien hebben en dat de afbeeldingen overeenkomen.

      uit dit huwelijk:

      1. VAN BRONCKHORST Geertruyd [Kw.3761]
        *

        x Utrecht 01/08.06.1674 DE CRAEN VAN HAEFTEN Nicolaas [Kw.3760], zn. van Jacob en Margaretha van Berck.
        ~ Utrecht 25.08.1653; j.u.d. Harderwijk 1678, advocaat Hof van Utrecht
        begr. Utrecht 17.01.1711

      2. VAN BRONCKHORST Gerard
        * Utrecht ca. 1637; 1670 lid van de Utrechtse vroedschap
        † Utrecht 01-04-1673
        bron: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW):
        BRONCKHORST (Gerard van), de zoon van den volg., is omstreeks 1637 te Utrecht geboren, en daar 1 April 1673 gest. Na een langdurig verblijf in Italië komt hij 14 Oct. 1664 te Amsterdam voor, en was van 1665 tot 1667 deken van het gild te Utrecht. 25 Juli 1667 trad hij als zoodanig af, omdat hij niet meer schilderde. Hij werd in 1670 raadslid te Utrecht en 1671 kameraar. Hij was gehuwd met Margaretha van Berck, die hem overleefde. Zijne italiaansche landschappen komen slechts weinig voor; er zijn er in de musea te Rotterdam en te Schwerin, het laatste met een Diana en haar gevolg.
        Zie: Muller, Utr. Schildersvereenigingen 33, 131; Oud- Holland XXII, 5; Chronique des arts 1891, 124; Thieme und Becker, Allg. Lexikon bild. Künstler, in voce.

        x Margaretha van BERCK [Kw.7521], dr. van Nicolaas en Isabella van Heurn.
        * Utrecht 06.02.1632
        † vóór 30.03.1689

      3. VAN BRONCKHORST Johannes
        * Utrecht 1627
        † Utrecht 1656
        werd door zijn vader in 1655 onterfd.


uit: genealogie van Noort.


    uit: Lauts, Het Utrechtse Geslacht van Noort. In: tijdschrift: Utrechtsche volks-almanak, 1852, p. 100-.

  1. VAN NOORT Willem
    * , schilder, 1541 bouwmeester van de stad Utrecht

    x NN
    *

    uit dit huwelijk:

      wellicht:

    1. VAN NOORT Jan
      *

    2. VAN NOORT Hendrik
      * , 1558 bouwmeester van de stad Utrecht op een jaargeld van f.20,=; bezocht 1560 Gouda en Antwerpen, Damme en Sluis, Brussel en Vilvoorde.
      † 1582
      x Ameltje
      * ; ontvangt 1582 een jaargeld van f.25,=;

      uit dit huwelijk:

      1. VAN NOORT Willem
        *

      2. VAN NOORT Marcelis
        * , bouwmeester van de stad Utrecht op een jaargeld van f.150,=

        wellicht:

      3. VAN NOORT Olivier
        * Utrecht ca. 1588; vertrok 1598 met 4 schepen, keerde 26-08-1601 na een reis van bijna 3 jaar terug in Rotterdam. In het zelfde jaar verscheen zijn reisverslag: "Beschrijvinghe vande voyagie om de geheelen wereldt Cloot ghedaen door Olivier van Noort"; Van ongeveer 1620 tot 1626 was hij garnizoenscommandant in Schoonhoven.
        † Schoonhoven 22-02-1627; begraven in de Grote of Bartholomeuskerk in Schoonhoven.

      4. VAN NOORT Cornelis
        * ; vertrok 1598 met zijn broer Olivier op zeereis
        † 1598 bij een landing op het Prinsen-eiland, in de Ethipoische zee, door de Portugezen om het leven gebracht.

        te Amersfoort: Lambert van Noort, schilder en bouwmeester.


Van der Aa e.a., Biographisch Woordenboek der Nederlanden - deel 13, p. 305-7

NOORT (Elias van) te Utrecht geboren, volgens Kramm waarschijnlijk de vader van of verwant aan Willem van Noort. Hij komt in de Kameraars rekeningen van Utrecht 1494 voor en schijnt een zilversmid te zijn geweest, waarschijnlijk verstond hij ook de snijkunst.
Zie Kramm, t.a.p. bl. 1210.

NOORT (H. van) of Noert bloeide in het midden der XVI eeuw te Utrecht en was een zoon van Willem van Noort. Hij volgde deze in 1558 als stads-bouwmeester op, met een jaargeld van f 20.
Hij vervaardigde o.a. in 1557 twee leeuwen metter stadswapen, om geplaatst te worden boven den inganc van de nywe Tolstege-brug, boven 't water. Deze leeuwen, vol karakter, doch zonder veel relief, bewerkt in den destijds heerschenden heraldischen stijl, zijn thans met de brug, ten gevolge der verfraaijing der stad, bij den ingang van het plantsoen, weggebroken. In 1560 werd hij door burgemeesters van Utrecht afgevaardigd om in andere gewesten de bestaande spui-sluizen te gaan opnemen, ten einde beter in staat te zijn het ontwerp eener spiusluis te leveren, die aan de behoefte beantwoordde.
Na Gouda te hebben bezocht, kwam hij met hetzelfde doel te Antwerpen, waar eene opene spuisluis met trekdeur gevonden werd, en waar het groote verschil in den waterstand, bij ebbe en vloed, het spuijen gemakkelijk maakte. Te Damme en te Sluis in Vlaarderen onderzocht van Noort de sluizen, later ook te Brussel en te Vilvoorde, vooral om in oogenschouw te nemen het zoogenoemde Brusselsche kanaal, dat te Willebroek met de Roepel gemeenschap heeft, en dat over eene lengte van weinige uren gaans, een zoo verbazend verval van water aanbiedt. Toen hij werkelijk in 1562 de spuisluis in den Vaartschen Rijn zou maken, ter plaatse waar deze in de Lek valt, ontving hij nog onderwijs van de bouwmeesters Jakobz en Pauwels, die de twee spuien gemaakt hadden in de Nieuwe Graft, welke omstreeks Zeist een aanvang neemt, en zich in de stadsgracht stort, nabij de plaats waar het bolwerk Wolvenburg gestaan heeft.
Toen Brederode de stad Utrecht bij verrassing zocht in te nemen, vernielde hij al den kostbaren arbeid van de nog onvoltooide spuisluis aan de vaart. In 1577 werden de nieuwe bolwerken aan de noordzijde van de witte Vrouwenpoort, waarvan de planteekeningen door Johan van Barck waren vervaardigd, onder zijn toezigt ondernomen. Hij overleed in 1582 Uit tevredenheid voor de door hem bewezene diensten, werd aan zijne weduwe Ameltje, van stadswege een jaargeld van f 25 toegelegd.
Zie Lauts, Het Utr. Geslacht van Noort, bl. 3; Kramm t.a.p bl. 1210.

NOORT (Marcelis van), zoon van Willem van Noort (die volgt), werd in de 2de helft der XVI eeuw te Utrecht geboren.
Men heeft van hem: Afmetinge der Vecht, van de vryheyd der stad Utrecht enz. gedaan bij Mr. M.v.N. Arctitect der stad Utrecht, den 19 en 21 Junij 1622.
Hij was waarschijnlijk de broeder van den beroemden reiziger Olivier van Noort of Noordt.
Zie Kramm t.a.p. bl. 1211; Lauts t.a.p. bl. 8.[P. van Noort]

NOORT (P. van), verdienstelijk kunstschilder, in den stijl van den Utrechtschen Jacob Gillig. Op den huize Groenhove onder Wassenaar, toebehoorende den Baron van Tuyll van Serooskerken, vindt men van hem Riviervisschen en want.
Zie Kramm t.a.p. bl. 1211.[Willem van Noort]

NOORDT (Cornelis). Zie NOORDE (Cornelis van).
NOORDE (Cornelis van) werd in 1731 te Haarlem geboren en werd door Frans Decker en F.H. Jelgersma onderwezen. Hij was medebestuurder van de Haarlemsche Teeken-Akademie, en vond zijn bestaan voornamelijk in het onderwijzen der teekenkunde. Zijne tusschen uren besteedde hij aan het etsen en het vervaardigen van houtsneden en prentteekeningen.

NOORDT (Johan van) volgens sommigen te Amsterdam geboren, bloeide in het midden der XVII eeuw en schilderde geschiedkundige en zinnebeeldige onderwerpen, portretten, badende nimfen en beesten, van welke sommigen door bekwame kunstenaars in het koper zijn gebragt. Hij was ook een bekwaam etser. Kramm neemt eenige etswerken van hem op en vermeldt: Het eigen geëtste werkje van J. van Noordt, 50 stuks. Hij was leermeester van Jan Voorhout.
Zie Immerzeel, t.a.p. bl. 366; Kramm, t.a.p. bl. 1209.

NOORT (Willem van), waarschijnlijk te Utrecht geboren, vader van Hendrik van Noort. Hij was in 1541 aldaar in stads dienst als ingenieur en als bouwmeester of architect en in 1549 Raad dier stad. Hij vervaardigde, op last van het stedelijk bestuur, een uitvoerigen platten grond van de oppervlakte der geheele stad, behoorlijk uitgemeten, voornamelijk met het oog op de versterking der plaats.
Behalve de breedte der stads grachten, de dikte der stads muren, en de uitpassing der aanwezige bolwerken, vindt men op de schets teekening, tevens nieuw aan te leggen bolwerken en dergelijken. Niet lang daarna vervaardigde hij een kaart van de Vaart of Vaartschen Rijn, welke vaart, bij het dorp Vreeswijk, aan de stad gemeenschap bezorgt met de rivier de Lek. In 1544 werd hem de opmeting toevertrouwd van den loop der Lek, welke bij hoogen waterstand, soms bij Vreeswijk zoo schrikbarend opstuwt.
Er werd te dier gelegenheid ook gesproken van de killen aan beide zijden, en van de door de rivier loopende killen. Tot gezegde opmeting werden hem twee andere bekwame maunen tnegevoegd, onder welke Evert van Schayck, die reeds vroeger sommige gedeelten van het stichtsch gebied in kaart had gebragt. De vischbrug werd in 1548, naar het model daarvan door hem geleverd, gebouwd. Ook vervaardigde hij het ontwerp voor het stadhuis, na het afbreken van het oude Hazenberg, in 1547 gebouwd.
Onder zijn toezigt werden in 1552 de grondslagen der nieuwe bolwerken, waarschijnlijk naar de aanduiding, door hem op den platten grond gemaakt, gelegd. Bij de plegtige intrede van Philips II te Utrecht, in Oct. 1549, werden aan hem alle zaken, zijn vak betreffende opgedragen. In ditzelfde jaar deed hij met Jan Schoorl een voorstel aan den raad der stad, om door middel van zeker werktuig en schip de rivieren en vaarten te verdiepen, hetgeen hun werd toegestaan op stads te kosten doen, onder belofte evenwel van hunne zijden tot teruggave der onkosten, bij aldien 't niet aan het gewenschte doel beantwoordde. Zijne woning was vermoedelijk dit, wat nog heden gedeeltelijk te zien is over de Jansbrug aan de zijde van het huis Drakenburg, waar een klein beeld, ten voeten uit, van Keizer Karel V, in den gevel met een Latijnsch onderschrift geplaatst staat.
Zie Kramm, t.a.p. bl. 1211, 1212. Lauts t.a.p. bl. 1, 2, 3.[Jan van Noort]

NOORT (Jan van) komt ook omstreeks den tijd dat Willem leefde, als architect te Utrecht voor.
Zie Lauts, t.a. p. 3.[Willem van Noort]

NOORT (Willem van), zoon van Hendrik, werd met dezen en Pieter van Sypene in de laatste weken van 1577 naar den Prins van Oranje te Haarlem gezonden om met dezen te spreken over de versterking der stad. De Prins gaf zijne toestemming, en binnen vrij korten tijd werd, van wegen de stad, voor de verbetering der bestaande en den aanleg van nieuwe bolwerken, de som van f 6575 beschikbaar gesteld.
Hij volgde zijn vader niet als stadsbouwmeester op maar wel een anderen zoon Marcelis, die f 150 tot jaarwedde ontving.

Wikipedia NL:

Willem van Noort (onbekend - Utrecht, 1556) was een stadsbouwmeester rond het midden van de 16e eeuw in de Nederlandse stad Utrecht.
In 1535 werd Van Noort uitbetaald voor het doen van opmetingen aan de borchwallen ende ... 't opnemen der werken en het maken van diversche patronen. In 1540 werd van Noort benoemd tot stadsmetselrije meyster, waarna in 1542 hem de opdracht werd gegeven een nieuw fortificatieplan voor Utrecht te ontwerpen. In opdracht van Karel V werd onder zijn leiding de Utrechtse stadsverdediging van 1544 tot 1558 gemoderniseerd met de bouw van de bastions Morgenster, Sterrenburg, Manenborgh en Sonnenborgh aan de verdedigingsgracht om de stad. Daarbij liet hij hij grote delen van de noordelijke en zuidelijke stadsmuur herstellen en hernieuwen. Hij ontwierp rond 1546 voor een deel van het Utrechtse stadhuis (pand Hasenberg) een nieuwe voorgevel (renaissancekunst); de oude gevel was ontdaan van beelden die voor keizer Karel V aanstootgevend konden zijn. Samen met de Mechelse bouwmeester Marcelis Keldermans ontwierp Van Noort in 1546 tevens een kasteeltje in Hagestein (Hagestein II).
In de Utrechtse Janskerk werd vermoedelijk naar zijn ontwerp het kleine romaanse koor met crypte van 1508 tot 1539 vervangen door het huidige groots opgezette koor met zijkapellen in laatgotische stijl.
Zijn broer, Hendrik van Noort, was architect in Utrecht en trouwde met de oudste dochter van Marcelis Keldermans.
Ref.: T.J. Hoekstra (1996), Marcelis Keldermans, in: J. Aalbers et al (red), Utrechtse biografieën 3, 1996, Boom/Broese Kemink/SPOU, Utrecht/Amsterdam, ISBN 90535218282.

Marcelis Keldermans, ook Marcilis Keldermans (Mechelen, ca. 1500 - Utrecht, 14 april 1557) was een Vlaams architect en bouwmeester, de laatste telg uit de architectenfamilie Keldermans. Zijn plaats in de stamboom is onzeker, maar hij was de zoon van Johan Van Mansdale, waarschijnlijk een minder bekende zoon van Antoon II.
Hij was samen met zijn oudoom Rombout II en oom Laurens II Keldermans in 1521-1522 betrokken bij de bouw van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen.
In 1530 huwde Marcelis met de Utrechtse Geertruijdt van Ouwelinghen en werd woonachtig in Utrecht. Hij was, vermoedelijk als steenhouwer, samen met Laurens II rond 1530 betrokken bij de bouw van Kasteel Vredenburg in Utrecht dat in eerste instantie Rombout II als bouwmeester had. Na het overlijden van Rombout II in 1531 en Laurens II drie jaar later, werd Marcelis het enig overblijvend lid van de bouwmeestersfamilie. In 1534 kreeg hij de leiding bij de bouw van twee grote torens aan Vredenburg. In 1543 is hij nogmaals als de bouwmeester voor keizer Karel V betrokken bij dit kasteel met de verbouwing van de muren en torens. Naast zijn werkzaamheden als bouwmeester had Marcelis een handel in natuursteen en een steenhouwerij en leverde onder meer aan het kasteel. In Utrecht voerde hij verder particuliere opdrachten uit onder meer aan de Buurkerk. Samen met de Utrechtse stadsbouwmeester Willem van Noort ontwierp Marcelis in 1546 een kasteeltje in Hagestein (Hagestein II).
In 1548 gaf Karel V hem de opdracht om de stad Groenlo te versterken met nieuwe wallen en grachten in een vijfhoekige versterking. De stad werd daarmee één van de modernste vestigingen in de Noordelijke Nederlanden en het belang hiervan zou in de Tachtigjarige Oorlog blijken [1] In de laatste jaren van zijn leven maakte hij nog diverse reizen en inspecteert alle fortificaties in Gelderland, Friesland, Overijssel en Lingen. In 1557 overleed Marcelis en werd begraven in de Buurkerk.
Met zijn vrouw kreeg hij drie dochters. De oudste huwde met de Utrechtse architect Hendrik van Noort, broer van de eerder genoemde Willem van Noort.

catalogusnummer 39061
datering 01/01/1601 - 31/12/1601 (17e eeuw)
beschrijving Portret van Olivier van Noort, geboren 1559, zeevaarder uit Utrecht, overleden 1627. Te halve lijve rechts, staande achter twee wereldbollen, in ovaal.
techniek kopergravure
soort Tekeningen en prenten
Transcriptie
[Catharijnekerk] In de kerck van sinte Catarinen. In 't choor een bord. Renesse / Schimmelpenninck / Borsele / Gaesbeec / Van Noord / Deutecum / Draecx / Bav. van Westkerk. *

Terug naar begin

Link naar overige parentelen
Surname Index
Links
Contact information

Index van Achternamen

  1. van Bronckhorst
  2. van Noort

Terug naar begin

Personen die aan deze website hebben bijgedragen:
name:email:phone:

Terug naar begin

Updated: 10 Januari 2003

This is an Antenna logo website