R. F. Paling.

R. F. Paling.

De laatste eer. In de Loc. van Donderdag lezen wij: Onder groote belangstelling, belangstelling in het bizonder uit makelaarskringen, is gistermiddag, om ruim vijf uur, op de Europeesche begraafplaats alhier, ter aarde besteld het stoffelijk overschot van den heer R. F. Paling, in leven chef te Semarang van de firma Gijselman en Steup.

Er was een zeer groot aantal bloemstukken gezonden.

Toen de kist ln de nis geplaatst was — de begrafenis had plaats op dat gedeelte van het kerkhof, hetwelk toegankelijk is van Pondokpati af — trad uit de schare, welke den overledene de laatste eer bewees en de baar gevolgd was, de heer W.H G. Doorman, van de firma Wellenstein Krause & Co., naar voren, die den ontslapene in sobere, doch treffende woorden herdacht. „Te vervangen zal je niet zijn, zeide spr., „en vergeten zullen we je niet. Hierop werd het woord gevoerd door den heer F. Th. Dekker Hissink, chef te Soerabaia van de firma Gijselman en Steup, die schetste, welk een slag het heengaan van den heer Paling beteekent. „Hartelijk, hartelijk dank', aldus spr., „voor alles wat je voor Gijselman en Steup gedaan hebt. Rust zacht".

Namens alle makelaars te Semarang bracht vervolgens de heer L. Rinkel, voorzitter van de makelaarsvereniging te Semarang, den ontslapene een laatsten groet. Spr. herdacht, dat de overledene gedurende ongeveer tien jaar in hun midden te Semarang, heeft verkeerd. Men heeft hem leeren kennen als een waardig lid van het makelaarscorps, als een eerlijk en open concurrent en als een goeden vriend. „Rust in vrede", eindigde spr.

De heer J. van Berkum, van de firma Gijselman en Steup te Semarang, bracht in herinnering, hoe de overledene hem, bij zijn komst te Semarang, toesprak. „Ik ben soms wel eens wat heftig, zeide hij, „en ik gebruik krasse uitdrukkingen, maar ik meen het goed met mijn lui". Hii gaf zich soms moeilijk, ja het leek alsof hii zich schaamde zijn hart te laten zien „Wij hebben je gekend", ging spr. voort, „als baas, als collega, als vriend en als mensch. Jouw herinnering zal bij ons allen blijven voortleven. Rust zacht, Robbie".

De schoonvader van den overledene, de heer G. F. B. Watrin, dankte met bewogen stem voor de betoonde belangstelling.

Eén voor één strooiden zij, die den ontslapene naar zijn laatste rustplaats begeleid hadden, bloemen op de kist.

Het was een eenvoudige, doch roerende plechtigheid en zeer onder den indruk van dit zoo plotseling verscheiden verliet men den doodenakker.

De Indische courant 18-05-1929